De eerste metaalrecyclingfabriek is rond 2021 te vinden in Delfzijl. Team CORE, een studententeam van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) draagt hieraan bij. De studenten hebben een oven ontwikkeld waarin metaal gerecycled kan worden, iets dat vooralsnog onmogelijk is. Wat begon als een jongensdroom om de wereld een beetje mooier te maken, wordt nu in hoog tempo werkelijkheid. Gesprekken en onderhandelingen voor fabrieken op verschillende plekken in het land zijn in volle gang, te beginnen in het hoge noorden.

“Het koopcontract voor de locatie in Delfzijl is getekend, met een laatste optie eind 2020. We zijn nu aan het kijken hoe we de locatie precies in gaan richten”, vertelt Dirk van Meer, teamcaptain van Team CORE. “Als alles volgens plan verloopt, werkt de fabriek over ongeveer anderhalf jaar.” In de speciale oven wordt metaal verhit waardoor het vervalt in pure elementen, op die manier kan het hergebruikt worden. “Dat is nodig om dat er over 35 jaar geen metalen zoals lithium en kobalt meer in de aardkorst zitten.”

 

Verschillende lagen

In de ovens wordt energierijk afval, zoals slib, en energiearm afval, zoals metaal, gemixt. “Zo hoeven we de oven maar één keer aan te zetten en blijft deze daarna warm door de energie uit het afval”, legt de student scheikundige technologie uit. In de ovens worden afvalstoffen verwerkt die normaal nutteloos zijn voor de industrie. De producten zoals autowrakken, telefoons en laptops worden eerst verpulverd tot deeltjes van ongeveer één centimeter. Dan gaan ze de oven in. Er ontstaan dan drie lagen: de metaal-, slak- en mineraallaag. Van het metaal kan bijvoorbeeld nieuwe elektronica gemaakt worden. Ook voor de andere lagen heeft het team toepassingen gevonden. Het mineraal kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor wegen en als vervanger van zand in beton, mineraal heeft de eigenschap CO2 op te nemen.

Het proces dat zich in de oven afspeelt, gebeurt ook in de kern van de aarde. Afval gaat via rivieren en zeeën tussen de kieren van de tektonische platen naar de kern van de aarde. Daar is het zo heet dat het weer in pure elementen vervalt en mensen het uit kunnen mijnen. “Dit proces hebben we versneld van 35 miljoen jaar naar één week”, zegt Van Meer. De ovens lossen het dreigende metaaltekort op en zorgen ervoor dat er minder reststromen zijn in de afvalverwerking.

 

Door heel het land

Dat is een van de redenen dat het team binnenkort mogelijk gaat samenwerken met een grote afvalverwerker. “We zijn nu in gesprek om te kijken of we ook een fabriek in Moerdijk neer kunnen zetten, dicht bij de verwerker. Wij kunnen dan de afvalstromen die overblijven verder verwerken”, legt de teamcaptain uit. Daarnaast is hij aan het kijken naar locaties in Haps, Duiven en op het terrein van innovatiecentrum Metalot in Budel. “In Duiven gaan we binnenkort beginnen met het aanvragen van een vergunning, een proces van 18 maanden”, vertelt Van Meer. “We hebben contacten met verschillende bedrijven waar wij de stromen uit onze oven aan kunnen verkopen. Zo gaat het obsidiaan naar NTP en kunnen de metalen naar Nyrstar of TATA Steel.”

Team CORE streeft ernaar om op verschillende plekken in het land fabrieken neer te zetten en de producten daar aan lokale bedrijven te verkopen. Van Meer: “Als vrachtwagens ver moeten rijden om afval naar de fabriek te brengen of om producten naar klanten te brengen, levert dat een hoge CO2-uitstoot op. Dat willen we met deze manier van werken voorkomen.”

 

Innovatie mogelijk maken

Daarnaast kan het team met kleine fabrieken meer experimenteren en verschillende soorten afval verwerken. “Het ene afval is het andere niet. Door verschillende fabrieken op te zetten kunnen we verschillende functies van de oven uitproberen”, legt Van Meer uit. “Als we iets nieuws gaan proberen in één grote fabriek, dan moeten we de complete fabriek stilleggen. Als we verschillende kleine fabrieken hebben, kunnen we er ééntje stilleggen en de rest door laten draaien.”

Deze manier van denken en werken is ook terug te zien in de bedrijfsstructuur rond Team CORE. “De kennis over de oven is in handen van een stichting. We willen namelijk dat de kennis voor iedereen beschikbaar blijft”, vertelt Van Meer. Daaronder hangen verschillende bv’s, voor elke fabriek één. Daarbij zijn verschillende partners betrokken. “Het feit dat de eerste oven nu bijna werkt, is echt een doel dat we met het hele team en alle partners hebben behaald. Iedereen heeft zijn of haar steentje bijgedragen”, zegt hij. “Onderzoeker Jan Lotens heeft de technologie ongeveer tien jaar geleden ontdekt. Ik ben er vijf jaar geleden voor het eerst mee in aanraking gekomen toen ik mijn profielwerkstuk maakte op de middelbare school. Inmiddels hebben er al zo’n 50 mensen een bijdrage geleverd.”

 

Nieuw team

Van Meer gaat volgend studiejaar afstuderen en stopt daarna als teamcaptain van Team CORE. “We zijn op zoek naar een nieuwe leider, maar dat is in deze tijd niet makkelijk. We hebben wel genoeg teamleden om volgend jaar door te gaan als studententeam”, vertelt hij. “Dat is ook belangrijk voor de ontwikkeling van de technologie. Een studententeam zit vaak op de campus en staat in contact met mensen op de universiteit.” Zelf wil hij na zijn afstuderen aan de slag als innovatiemanager bij de overkoepelende stichting. “Ik wil geen big boss worden, ik wil een goede technologie ontwikkelen en zorgen dat de wereld een stukje duurzamer wordt.”

Gerelateerd