Het idee was er vijf jaar geleden al, het was alleen nog zoeken naar de juiste techniek. Eind dit jaar is het zover, dan moet in Amsterdam de eerste fabriek openen waar Bin2Barrel plastic gaat verwerken tot diesel voor de scheepvaart. “Er wordt vaak gevraagd hoe duurzaam we dan zijn.”

In de haven van Amsterdam wordt nog volop gebouwd aan de fabriek. Eind dit jaar, is het streven, zal hier jaarlijks 35.000 ton niet-recyclebaar plastic worden verwerkt tot 30 miljoen liter diesel voor de scheepvaart. Zo’n twintig procent van deze brandstof wordt gebruikt om nieuwe plastic producten van te maken. Kosten voor de eerste fabriek bedragen 28 miljoen euro.

Dat geld hebben Bin2Barrel-oprichters Paul Harkema en Floris Geeris opgehaald bij investeerders, waaronder het Havenbedrijf Amsterdam, technisch leverancier IGS, en verkregen via subsidies van de overheid. Maar miljoenen euro’s bij elkaar harken was niet de grootste uitdaging.

Zoeken naar de juiste techniek gevonden

“We hadden een idee en daar moesten we de juiste techniek bij vinden. Iemand die wist hoe je van niet-recyclebaar plastic, zoals bepaalde verpakkingen voor vleeswaren of een tuinstoel, biodiesel kan maken”, vertelt Geeris.

Nadat het een paar keer misging, werd de juiste techniek gevonden. “Toen moesten we alleen nog de commerciële deal sluiten.” Versimpeld uitgelegd werkt het als volgt: van korte moleculen uit olie worden lange gemaakt en dan heb je plastic. Als je dat plastic weer opwarmt en die lange moleculen weer opknipt in korte, heb je weer dieselolie.” Dat verwarmen van plastic kost echter wel energie. En diesel als brandstof voor de scheepvaart, klinkt ook niet heel milieuvriendelijk. Toch vindt Bart Somers, verbonden aan de TU Eindhoven en bestuurslid van het platform Duurzame Biobrandstoffen, het ‘lovenswaardig’ wat Bin2Barrel wil doen. “Met het plastic wordt anders niets gedaan. Zo wordt er toch nog een hoogwaardig product uitgehaald”, zegt hij. Hoe duurzaam vindt Bin2Barrel zichzelf? “Het rendement dat wij behalen is 85 procent. Anders zou dit plastic verbrand worden”, zegt ook Geeris. Daarnaast wordt een deel van de warmte die vrijkomt, gebruikt om het systeem op te warmen.

‘Nog steeds niet schoon een duurzaam’

Hier plaatst Somers wel een kanttekening: “Ik zou het allemaal na moeten rekenen om te kijken of die claim klopt.” Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde en duurzaamheid, mailt desgevraagd in een reactie: “In zijn algemeenheid ben ik wel voorzichtig, zonder sceptisch over bioplastics. Het kan een alternatief zijn, maar er kleven ook nadelen aan.” Volgens hem is nog steeds niet helemaal schoon en duurzaam. “Ik ben dan ook meer een voorstander van plasticvrije productie, als onderdeel van de circulaire economie.”

Nieuw plastic maken van oude plastic

“De grootste kritiek is inderdaad dat wij brandstof maken die weer verbrand wordt, maar we hebben een ander doel”, zegt Geeris. “Dat is nieuwe kunststoffen maken van dat oude plastic. Alleen zijn de producenten die plastic maken er nog niet technisch klaar voor om dit op grote schaal te doen.”

Volgens de oprichters staat deze manier van plastic verwerken wereldwijd nog in de kinderschoenen. De kunst afkijken of sparren met andere ondernemers is er dus niet bij. Toch zijn Geeris en Harkema overtuigd van de potentie. Zo overtuigd zelfs dat de vergunningen voor nog eens drie andere fabieken zijn aangevraagd.

“Daarmee hebben we dan de maximale capaciteit voor Nederland bereikt.” Over de stap daarna is ook al nagedacht. Dan zijn België en Duitsland aan de beurt. Staat niets ze dan in de weg? “Zo’n vergunning aanvragen, dat zijn wel lange processen.”

Ingezonden door

Gerelateerd